Samenvatting

9c1c9028-2af5-4463-97bd-3f3c8614cd3f
Op basis van mijn boek heb ik een nieuwe inleiding geschreven voor de plaatsingslijst van het Standaard-archief, berustend bij het Historisch Documentatiecentrum voor her Nederlands Protestantisme van de Vrije Universiteit (tekst hieronder weergegeven)

Evenals vele anderen in de protestants-christelijke wereld zon Abraham Kuyper vanaf ongeveer 1865 op de stichting van een eigen dagblad. Omdat dit ook hem in eerste instantie niet lukte, ging hij in 1869 in op een uitnodiging van het christelijke weekblad De Heraut zich hieraan als vast medewerker te verbinden, met het doel het politieke gedeelte van een vertrouwde antirevolutionaire toonzetting te voorzien.

De Heraut was eigendom van de Nederlandsche Stoomdrukkerij, een Amsterdamse onderneming van een aantal Reveilmannen, die eveneens een christelijk dagblad wilden oprichten. De redactionele leiding van De Heraut berustte bij de evangelist Carl Schwartz (1817-1870), die het blad in 1850 had opgericht. Toen Schwartz plotseling overleed, werd Kuyper gevraagd de redactie over te nemen.

Samen met enkele vermogende geestverwanten richtte Kuyper hierop in oktober 1870 een persvereniging op, de Heraut-Vereeniging, die De Heraut voor fl 15.000 van de Stoomdrukkerij kocht. Het succes van De Heraut-nieuwe-stijl onder de achterban was zo groot, dat Kuyper binnen de vereniging in augustus 1871 het idee opperde nu echt door te zetten en een christelijk dagblad op te richten.

De vereniging begon proefabonnees te werven voor een eerste jaar á fl 9,10. De Heraut zou als het Zondagsblad opgaan in het dagblad. Met ruim 4.000 opgaven besloot de vereniging in november 1871 om vanaf 1 april 1872 een dagblad te gaan uitgeven. De naam werd later bepaald op De Standaard.

De drukorder werd aan de Nederlandsche Stoomdrukkerij gegund. Verschillende leden van de Heraut-Vereeniging stelden zich persoonlijk garant voor te verwachten aanloopverliezen. Contractueel werd bepaald dat bij het staken van de uitgave van het dagblad de titel De Standaard aan de drukkerij zou toekomen; de titel De Heraut zou evenwel eigendom van de vereniging blijven.

Kuyper, benoemd tot hoofdredacteur, begon redactieleden voor de krant te recruteren; hij nam eveneens de Rotterdamse boekhandelaar en uitgever J.H. Kruyt (1839-1898) aan als administrateur van De Standaard en secretaris van de vereniging.

Na twee jaargangen van grote verliezen wilden de geldschieters de financiële gaten van De Standaard niet langer stoppen. Juist de meest vermogende leden hadden zich teruggetrokken omdat zij, anders dan Kuyper, van De Standaard een conservatieve krant wilden maken.

Terwijl alle betrokkenen zich hadden neergelegd bij het onvermijdelijke, zag Kruyt nog een weg voorwaarts. Hij stelde voor een beroep te doen op de achterban om nieuw kapitaal bijeen te brengen. Door een lening uit te schrijven met grote én kleine coupures wist hij ruim fl. 30.000 nieuw kapitaal aan te trekken. Van de drukkerij en de vereniging kreeg hij groen licht de uitgave gedurende twee jaargangen, tot april 1876, voort te zetten. Kruyt werd nu directeur-uitgever. Namens de deelnemers in de lening van 1874 waakte de vereniging over hun financiële belangen.

Kruyts reddingsplan kende meer ingrediënten. Hij stond met zijn persoonlijk vermogen garant mochten de verliezen niet verminderen. Hij kreeg een korting op de drukkosten. Er was fl 4.000 beschikbaar voor reclame voor de krant. Mochten de kosten van het Zondagsblad te zwaar drukken op De Standaard, dan zou dit worden ontkoppeld van de weekkrant.

Kruyt wist in de periode 1874-1876 de verliezen inderdaad te verminderen. Met drukkerij en vereniging sloot hij een nieuw contract. Een belangrijke bepaling die hierin was opgenomen, was dat Kruyt eigenaar zou worden van De Standaard, mocht hij de krant in 1880 nog steeds uitgeven.

Over de ontkoppeling van het Zondagsblad ontstond tweedracht, precies in de periode in 1876-1877 dat Kuyper vanwege overspannenheid vijftien maanden in het buitenland verbleef. Waarnemend hoofdredacteur jhr. mr. A.F. de Savornin Lohman schoof de hete aardappel door. Na Kuypers terugkeer koos deze vóór Kruyt en De Standaard. In 1877 begon De Heraut weer te verschijnen, naast De Standaard. Lezers konden zich op beide samen abonneren, maar ook alleen op een van beide.

Kruyt wist in 1879 met De Standaard voor het eerst in de zwarte cijfers te komen. In 1880 verkreeg hij inderdaad de eigendom van het dagblad. Tot medio 1887 boekte hij met de krant bescheiden winstbedragen, net genoeg om de uitgave voort te zetten, maar onvoldoende om oude schulden goed te maken. De krant vervulde voor Kuyper een platformfunctie, maar de verdere redactionele kwaliteit had geleden onder Kruyts bezuinigingsbeleid. Desondanks wist Kruyt de advertentie-inkomsten dramatisch te verhogen, de kurk waarop de krant dreef. Het aantal abonnees schommelde rond de 3.300.

Naast zijn werk voor De Standaard ondernam Kruyt nog andere activiteiten in de Amsterdamse boeken- en uitgeverijwereld. Zo ontwikkelde hij in 1879, op verzoek van de hervormde kerkeraad in Amsterdam, een gemeenschappelijk weekblad voor een aantal protestants-christelijke kerkgenootschappen, het Predikbeurtenblad. Redactioneel en commercieel bleek dit een succesformule te zijn. Belangrijke stukken van het Predikbeurtenblad bevinden zich in het archief van De Standaard.

In de roerige en verwarrende tijd rond de Doleantie (1886-1887) zou het Amsterdamse Predikbeurtenblad een steen des aanstoots worden tussen de hervormde en de gereformeerde partij. Kuyper stelde zich op het standpunt dat zijn gereformeerde partij de eigenlijke Amsterdamse kerkeraad vormde en weigerde in het Predikbeurtenblad een positie in te nemen als een nieuw kerkgenootschap tussen de andere in. Kruyt, die hervormd bleef, boog niet voor Kuypers druk. Hierop stichtte de gereformeerde partij een eigen kerkblad, de Amsterdamsche Kerkbode.

Kuyper kon er niet mee leven dat De Standaard in de persoon van Kruyt een hervormde eigenaar had. In plaats van hierover met hem eerst een persoonlijk gesprek aan te gaan, begon Kuyper Kruyts loyaliteit publiekelijk in twijfel te trekken. Een gekrenkte Kruyt, die de krant in de periode 1874-1887 rendabel had gemaakt en nimmer een conflict met de hoofdredacteur had gekend, gaf Kuyper per brief te kennen dat hij bereid was plaats te maken voor iemand anders, mits de zakelijke afwikkeling goed geregeld werd.

4AD55D2E-182C-430A-B647-0AEB0E263F65
Na de eigendomsoverdracht per 30 juni 1887 keerde Kruyt aan Kuyper het saldo van fl 8382,75 aan Kuyper uit. Blijkens de liquidatierekening was op dit bedrag de afkoopsom van fl 4.500 aan Kruyt in mindering gebracht

Kruyt wilde niet de lusten overdragen, maar zelf met de lasten blijven zitten. Hij verlangde van Kuyper dat deze de krant opnieuw zou herkapitaliseren, zodat de lening van 1874 kon worden afgelost aan deelnemers die niet langer wilden bijdragen; voor zichzelf eiste Kruyt bovendien een afkoopsom. Kruyt gaf geen duimbreed toe aan Kuypers halfslachtige tussenoplossingen, zodat de laatste uiteindelijk met tegenzin overstag ging. Kruyt liqideerde De Standaard en droeg per 30 juni 1887 de eigendom van de krant over aan Kuyper, onder aftrek van een afkoopsom van fl 4.500 (de helft van het bedrag dat Kruyt aanvankelijk gevraagd had).

In het nieuwe kapitaal werd voorzien door een constructie waarbij drie commissarissen zich borg stelden voor het totaal van fl 32.000, indien nodig en voor zover niet gedekt door de conversie van aandelen uit 1874. In overleg met Kuyper en Kruyt stelden zij twee concept-contracten op, één voor de eigendomsoverdracht en één voor de voortzetting van De Standaard, die op 11 mei 1887 door alle betrokkenen werden ondertekend. De geldschieters werden van deze transactie op de hoogte gesteld middels een brochure.

Lees deze tekst op hdc.vu.nl of op deze website